Bijna elke man die zichzelf beneden trimt, heeft een keer misgezeten. De meesten denken dat het aan hun techniek lag, of dat ze te snel gingen. Dat klopt allebei niet.
Je staat onder de douche en je neemt de tijd. Je gaat langzaam, want je weet wat er kan gebeuren. Je trekt de huid strak met je andere hand. Je kijkt schuin naar beneden, want zien wat je doet is daar niet vanzelfsprekend. En dan gaat één beweging net iets te vlot, en het is raak.
Het bloedt nauwelijks. Dat is het probleem niet. Het probleem is dat je er de hele dag last van houdt, dat het bij elke stap schuurt tegen je onderbroek, en dat er een week later precies op die plek een rood bultje zit dat er nog dagen blijft.
De volgende keer ga je nog langzamer. En gebeurt het toch weer.
Het ligt niet aan je hand
Dit is het moment waarop de meeste mannen zichzelf de schuld geven. Je was onhandig, je had haast, je had beter moeten opletten. Maar dit is geen kwestie van beter je best doen. Het is een kwestie van meetkunde.
Je huid is namelijk niet vlak. Dat lijkt zo, maar zodra je er iets tegenaan drukt, geeft hij mee. Hij welft op in elke opening die hij tegenkomt. Bij een strakke plek als je onderarm merk je daar weinig van. Op je schaamstreek, waar de huid dun en los is en met alles meebeweegt, welft hij juist heel makkelijk op.
Bij een scheermesje en bij de meeste trimmers ligt het snijvlak precies op huidniveau. Dat is geen ontwerpfout, dat is de bedoeling: een mesje moet het haar bij de huid afsnijden, anders scheert het niet glad. Maar het betekent ook dat elk stukje huid dat opwelft, rechtstreeks in dat snijvlak terechtkomt.
Daar zit het hele verhaal. Niet in je hand, niet in je haast. De afstand tussen het mes en je huid is nul, en dus is de vraag nooit óf het een keer misgaat, maar wanneer.
Een mes op huidniveau kan je huid niet ontwijken. Het kan alleen wachten tot je huid ertegenaan komt.

